DAG EN NACHT
Vannacht zonk plotseling
de maan achter de einder
haar kale helderheid
nog even zichtbaar
voor ze voorgoed verdween.
Ik dreef weg in het gat
tussen lichte slaap
en diepe droom
voelde gesmolten licht
mijn huid beroeren.
Vanmorgen sprak ik
de maan uit en zie
ze hangt weer
als een rijpe vrucht
tussen de wolken.
Haar zilveren licht
valt hemelver
in mijn open hand
mijn wakend oog
is weer vrij.
Het laatste licht van de dag
koraalrood op goud
alles wordt langzaam verzwolgen
door de nacht
een krekel bezingt zijn bestaan.
Ik weet
dat ik leef
en wat ik leef
wat ik ben
is dit.