Wayne, ik spreek je niet lang na de dood van je leraar, Ramesh Balsekar. Je ontmoeting met hem was misschien wel de belangrijkste van je leven. Wat gebeurde er toen je hem voor het eerst ontmoette?
Ik was op zoek naar informatie, verlichting misschien wel. Maar wat er gebeurde was dat ik verliefd werd. Totaal verliefd, volkomen onverwacht. Het laatste dat ik van plan was geweest was verliefd worden op een 72-jarige Indiase bankier van één meter zestig. Maar de plannen van het universum komen natuurlijk vaak niet overeen met die van jezelf, en in dit geval ben ik daar heel dankbaar voor.
Wat gebeurde er toen met je? Wat maakte dat je wist dat je deze man zo vaak moest zien als je kon?
Dat is pure magie, een groot mysterie. In mijn leer geef ik het een naam zodat ik erover kan praten. Ik noem het resonantie, maar dat verklaart het verschijnsel verder niet. Het geeft er alleen een naam aan. Door die verbinding krijgt de goeroe-leerling-relatie gestalte. Hoe je je goeroe vindt is niet te verklaren. Dat is wat er in mijn geval gebeurde. Ik liep naar binnen en liep tegen mijn goeroe aan.
Als je terugkijkt op je relatie met hem nu hij is overleden, wat betekent zijn leer dan voor jou?
In het begin begreep ik helemaal niets van zijn leer. Mijn verbinding met hem was van emotionele aard, lichamelijk misschien wel, in die zin dat ik voortdurend in zijn nabijheid wilde zijn, in de wetenschap dat zich daar waarheid manifesteerde. Ik had geen idee waar hij het over had, ik had geen aanknopingspunten, en ik kende het vocabulair dat hij gebruikte al helemaal niet. Ik voelde me als een kleuter die wiskundeles krijgt. Alle mensen om hem heen wisten duidelijk alles over datgene waar hij het over had, en zelf had ik geen idee. Maar dat maakte hem niets uit. Elke dag opnieuw werd ik naar hem toegetrokken, en na verloop van tijd begon zijn leer tot me door te dringen – de conceptuele leer. Die hield in dat alles Een is, dat alles Bewustzijn is, dat er geen onderscheid tussen dingen gemaakt kan worden, dat elk onderscheid een schijnbaar onderscheid is. Dat is de fundamentele leer van advaita: niet twee. Het is heel eenvoudig. Twee keer per dag zat ik bij Ramesh. Vaak ging ik ook ’s avonds nog, zodat ik hem alleen of in een kleine groep kon zien en spreken. Vervolgens begon ik een uitgeverij om zijn boeken in de V.S. te kunnen uitgeven. Ik wilde steeds vaker bij hem zijn en een integraal onderdeel van zijn leven worden. Ik begon ook een non-profit-organisatie, om hem vaker naar de V.S. te halen en zijn leer naar buiten te brengen. Maar uiteindelijk ging het me erom meer contact met hem te hebben, meer tijd met hem door te brengen, de verbintenis te versterken.
Hoeveel tijd bracht je door met Ramesh?
In de eerste twee jaar dat hij naar de V.S. kwam, bleef hij telkens drie maanden aaneengesloten. Ik was toen vrijwel de hele tijd bij hem, zo vaak in elk geval als ik me los kon maken van mijn dagelijkse beslommeringen – mijn gezin en andere elementen in mijn leven. Later ging ik hem een of twee keer per jaar opzoeken in India. Vanwege mijn gezin en mijn zakelijke verplichtingen kon ik niet lang weg. Ik was meestal een dag of tien in India. Hij straalde veel kracht en overtuiging uit, en bleef heel erg scherp tot het laatste jaar van zijn leven. Hij was een prachtig mens en … hij sprak in dat laatste jaar nog steeds, maar de kracht was eruit. Zijn denken en spreken hadden altijd een laserachtige kwaliteit gehad, en die verdween. Het licht verspreidde zich. Het had niet meer de kracht van voorheen. Maar zijn bijzondere aanwezigheid bleef tot het laatst voelbaar.
Wat me altijd zo verbaasd heeft is dat hij pas werkelijk met advaita bezig is gegaan nadat hij met pensioen was gegaan als directeur van de Bank of India. Hij lijkt wel of hij zijn belangstelling tot die tijd gewoon opzij heeft gezet. Hij was toen al in de zestig. Ik heb het vermoeden dat hij al in een veel eerder stadium geïnteresseerd was in non-dualiteit.
Hij heeft tegen mij gezegd dat hij al van zeer jongs af aan het idee had dat hij werd geleefd. Dat gevoel heeft hij altijd gehad. Maar hij deed daar in de praktijk niets mee tot hij gepensioneerd was. Maar ik denk dat het geen kwestie van opzij zetten was. Het was gewoon al geïntegreerd in zijn leven. Voor hem maakte het deel uit van de dingen die duidelijk voor hem waren. Het maakte het mogelijk voor hem om relatief probleemloos door het leven te gaan.
Wist je iets over advaita voor je Ramesh ontmoette?
Helemaal niets. Mijn interesse ging vooral uit naar het taoïsme. Wat me daarin aantrok was dat er geen georganiseerde religie omheen hing. Ik vond het nog heel puur allemaal. De boodschap van de essentiële eenheid van de Tao, van Bewustzijn, herkende ik met name in het boek Tao, a Watercourse Way van Alan Watts. Via dat boek maakte ik kennis met het taoïsme. Ik vond het fantastisch. Daarna verdiepte ik me er verder in door de Tao Te Ching en de boeken van Tsjwang Tse te lezen.
Dat lag niet echt voor de hand, gezien je achtergrond als zakenman.
Zakenman en alcoholist en drugverslaafde, kan ik daar nog aan toevoegen. Dat waren de andere elementen in mijn leven die het onwaarschijnlijk maakten dat ik ooit het spirituele pad op zou gaan. Maar toch werd ik een zoeker, vanaf het moment dat ik een keer op een nacht volkomen onverwacht en ongewild tot ontnuchtering kwam. Dat was een dermate transformerende en onverwachte gebeurtenis in mijn leven dat ik me ging afvragen welke kracht in het universum mij zo diepgaand had weten te transformeren. Ik ging op zoek naar een verklaring, want ik wist dat ik er in elk geval niet verantwoordelijk voor was geweest. Voordat het gebeurde was mijn uitgangspunt altijd geweest dat ik degene was die aan het stuur zat en de auto reed. Tot het moment dat je ziet hoe lachwekkend dat idee is, vind je het heel normaal om zo te denken. Dat komt door wat Ramesh de goddelijke hypnose noemde. De goddelijke hypnose zorgt ervoor dat je niet kunt zien dat jij niet degene bent die aan het stuur zit. Het idee de bestuurder van je leven te zijn neemt op tweeëneenhalf-jarige leeftijd bezit van ons. In die periode komt wat ik ‘the false sense of authorship’ noem tot ontwikkeling. Wat Ramesh doenerschap noemde, noem ik 'the false sense of authorship', omdat het doen gewoon doorgaat. Het is alleen zo dat je er de schepper, de auteur niet van bent. Met de term doenerschap bedoelde hij dat. Hij verwees naar hetzelfde als ik doe, maar mijn interpretatie is een verdere verfijning. En ik wil daar nog verder in gaan, want vooral in de moderne advaita zijn we op het punt beland dat het idee van identiteit volkomen buitenboord wordt gezet. Men zegt: ‘Oké, je denkt dat je iemand bent, maar in feite ben je alleen maar Bewustzijn.’ Zoals ik het zie is dat niet het uiteindelijke inzicht. Het is iets wat daar aan voorafgaat. De Zenmensen zeggen: ‘Als je met Zen begint, zijn rivieren rivieren en bergen bergen. Als je het doorkrijgt en gaat zien waar het over gaat, zijn rivieren geen rivieren en bergen geen bergen meer. Maar de laatste stap wordt gezet als rivieren en bergen weer rivieren en bergen worden.’ We beginnen met te zeggen: ik ben alles. De volgende stap is: ik ben niets. De derde stap is: ik ben alles als dit lichaam op dit moment. Bewustzijn drukt zich als het ware uit als dat.
En niet alleen als dat, maar ook als alle andere dingen.
Natuurlijk. Bewustzijn komt als alles tot uitdrukking. Maar daar hoort dit lichaam ook bij.
Je zou ook kunnen zeggen dat het je identiteit uitbreidt van alleen dit lichaam tot alles wat er is.
Ja. Maar het uiteindelijke inzicht zit hem hierin: dat twee elkaar uitsluitende ideeën tegelijkertijd waar kunnen zijn – dat ik ik ben, en dat ik alles ben. Het is dus niet zo dat ik plotseling alles ben als dit, maar dat ik zowel ik als alles ben. De metafoor die ik gebruik als ik hierover praat is de metafoor van de zee en de golf. Het is een klassieker, maar ik vind het de beste die ik tot nu toe ben tegengekomen. Als golven zijn we allemaal zee, maar elke golf is als zodanig identificeerbaar zolang het een golf is. Hij heeft eigenschappen en kenmerken en hoedanigheden. Hij is in staat tot waarnemen, denken, voelen, handelen. Al zijn waarnemingen en gevoelens en handelingen zijn natuurlijk de handelingen van de zee, want hij is de zee. Maar we kunnen de golfvorm herkennen en zullen dat uiteindelijk ook moeten doen, als we het bestaan werkelijk willen doorgronden. Want er is bestaan, er is hier iets wat zich manifesteert zodat we dit gesprek kunnen voeren. Uiteindelijk ben je alles. Het idee de schepper of auteur te zijn heeft betrekking op het idee de creatieve bedenker van dit alles te zijn, het punt van waaruit alles gedacht en gedaan wordt. Maar dat zijn we niet. We zijn slechts de instrumenten die daar voor nodig zijn. Het volgende niveau van inzicht is dan dat we zowel de instrumenten als de oorsprong ervan zijn. Maar eerst moeten we van het idee af dat we de bron zijn als afzonderlijke, onafhankelijke individuen. Daar richten de meeste non-duale leraren zich op – op het kwijtraken van dat oorspronkelijke idee. En dat leidt tot dat tussenstadium van ‘ik ben Bewustzijn, ik ben alles’. Dat wordt jammer genoeg vaak als het eindpunt beschouwd. Dat punt wordt door veel mensen bereikt, en vaak gaan ze dan bijeenkomsten organiseren en zeggen ze: ‘Ik begrijp nu dat ik niets ben, dus nu ga ik iedereen vertellen dat zij ook niets zijn. Ik ga het grote nieuws met hen delen dat ik niet ben wat ik dacht te zijn’. Als gevolg hiervan is er sprake van een enorme hoeveelheid verwarring en misverstand die zich voordoet als waarheid. En dat maakt net zo goed deel uit van de dans van het leven. Ik bedoel, het is ongelooflijk om te zien hoe het zich allemaal ontvouwt. Maar voor hen die de genade ontvangen om het te zien, voor wie de opening mogelijk blijft … Met weten dat je niets bent houdt alles op. Dat is dan het einde, als je zegt ‘ik ben niets’, of ‘ik ben de Bron’, of iets dergelijks.
En toch is alles er. Dus je zou ook kunnen zeggen: als ik niet besta als afzonderlijk, onafhankelijk individu, als dit alles is wat er is, en ik weet tegelijkertijd absoluut zeker dat ik er op een of andere manier ben, dan moet ik dit wel zijn. Bedoel je dat met de volgende stap?
Ja, omdat het jou niet uitsluit. Nogmaals: niets wordt uitgesloten, alles maakt er deel van uit. Het startpunt is: Bewustzijn is alles, en daar hoor jij ook bij! Als Bewustzijn alles is, mag je er gewoon nog zijn.
Je bent Bewustzijn, maar ook de inhoud van Bewustzijn.
Natuurlijk.
In één van je boeken zeg je: ‘Alles wat er is, is Bewustzijn’, maar daar voeg je nog aan toe: ‘maar zelfs dat is Het nog niet helemaal.’
Wat ik bedoel is dat je dat kunt weten – je kunt weten dat alles Bewustzijn is – maar waar die uitspraak naar verwijst is groter dan wat je kunt weten.
Kan die totaliteit der dingen eigenlijk wel ervaren worden?
Als totaliteit? Nee. Ze kan alleen ervaren worden in deelaspecten. De totaliteit zelf is dat wat ervaart. Het is als het oog dat zichzelf niet kan zien, de tong die zichzelf niet kan proeven. Je moet er los van staan om het te kunnen ervaren. Je hebt een ervaring van eenheid, maar dat is niet de Eenheid zelf.
De wereld is dus puur een idee, iets dat alleen bestaat in het waarnemen ervan?
Ja.
Dus als het waarnemen ophoudt, verdwijnt de wereld, letterlijk?
Als er geen punt meer is van waaruit wordt waargenomen, is er geen universum meer, dat klopt. Dat is wat de natuurwetenschappers hebben gevonden. In de quantumfysica zijn ze op een punt uitgekomen waarop ze zeggen: oké, wat iets is hangt af van degene die het meet. Of het een deeltje of een golf is, of het uit materie bestaat of uit energie, hangt eigenlijk gewoon af van wie of wat er kijkt. Het probleem dat dit oproept is dat het een object maakt van Bewustzijn. De uitdaging voor de non-duale leraar is om helder te maken dat datgene waarnaar verwezen wordt als Bewustzijn onkenbaar is – onkenbaar als ervaring. Het mystieke inzicht is dat het Uiteindelijke van nature geen ervaring is.
In welke zin is deze manifestatie dan werkelijk?
Ik vind de uitspraak van Ramana Maharshi prachtig: “Die is net zo werkelijk als jij”. Dat is absoluut het meest volledige en briljante antwoord dat ik ooit op die vraag gehoord heb. Ik probeer in al mijn bijeenkomsten en boeken te verwijzen naar datgene waar Ramana op doelde. Maar de mogelijkheid die ik mensen voorleg wordt door de overgrote meerderheid niet gezien. Het komt gewoon niet binnen. Sterker nog, als je hierover praat met mensen die er niet open voor staan, is hun reactie vaak heftig. Ze gaan dan dingen zeggen als: ‘Je pleit voor complete chaos en onverantwoordelijk gedrag’, of ‘Als je dit aanneemt worden mensen niet meer ter verantwoording geroepen voor hun daden, want dan zijn het de daden van Bewustzijn en niet van hen’. Je voelt dan een hele sterke weerstand, ze durven zichzelf niet eens toe te staan om de mogelijkheid die ik opper bij zichzelf te overwegen. Wat je ook ziet is dat mensen zeggen: ‘Oké, geen probleem. Ik ben Bewustzijn. Daarom ben ik als Bewustzijn vrij om te doen wat ik wil.’ Wat ik zeg en wat de luisteraar hoort zijn vaak twee heel verschillende dingen. Er is al zo vaak iemand naar me toe gekomen die tegen me zei: ‘Wayne, je was hier vorig jaar ook, en ik wil je daar heel graag voor bedanken. Je hebt me zo geholpen toen je dit en dat zei. Ik nam het in me op en het heeft mijn leven werkelijk veranderd.’ Als men zoiets tegen me zegt, denk ik vaak bij mezelf: dat heb ik helemaal nooit gezegd! Zoiets zou ik nooit zeggen, ook al heeft het hem geweldig geholpen, hahaha!
Toch blijf je hier onophoudelijk over spreken, in de wetenschap dat de waarheid nooit echt gesproken kan worden. Wat is het dan dat je spreekt?
Ik verwijs alleen maar. Ik verwijs naar de waarheid.