“Oppervlakkig gezien lijkt het misschien alsof ik steeds hetzelfde zeg. Maar in feite is het altijd weer nieuw, en het verveelt nooit. Als je over Eenheid spreekt, gaat het niet over iets levenloos, over een geloofsysteem. Eenheid is in zekere zin altijd nieuw, het gaat om iets levends. Ik zie mezelf niet als leraar. Dat maakt het makkelijk. Zodra ik mezelf opstel als leraar wordt het moeilijk, want dan moet ik iets overdragen. Toen dit gezien werd, was het heel duidelijk dat het niet over te dragen is, dat het niet te leren is, want het is er al. Het is dit. Leraar zijn suggereert dat er iets aan een ander over te dragen valt. Maar op een of andere manier kan het wel gedeeld worden. In feite wordt het altijd al gedeeld, door alles. Alles draagt dit uit, alles deelt dit met ons: de tafel doet dat, de stoel ook. Maar het zit natuurlijk niet in de woorden. Jarenlang heb ik geprobeerd de woorden te begrijpen, en ik raakte er alleen maar van in de war. Het frustreerde me, ik raakte erg teleurgesteld. Maar op een of andere manier wordt het duidelijk als de wil om het allemaal te begrijpen wegvalt. Als de vragen wegvallen, is er plotseling een weten. Het is niet in woorden te vatten, en op het moment dat je erover probeert te praten, zit je al in de droom, in het denken. Maar het is zo overduidelijk dat het jou niet nodig heeft om begrepen te worden. Het heeft ook niet met jou te maken, het heeft niets te maken met leerlingen en leraren. Op een of andere manier kan het met elkaar gedeeld worden. Dat is eigenlijk het wonderlijke. Maar als ik iemand probeerde te zijn die non-dualiteit probeert over te brengen, zou ik dat niet kunnen. Die Jeff moet eerst plaats maken, die moet stoppen met leraar spelen. Het heeft helemaal geen leraar nodig, daar is helemaal geen behoefte aan. Het geniet ervan zichzelf tot uitdrukking te brengen. Dat is de ontmoeting, dat is het intieme. Het is niet zo dat ik het naar jou toe tot uitdrukking breng, het brengt zichzelf tot uitdrukking, naar niemand toe. Dat heeft iets heel moois. De eerlijkheid ervan is heel bijzonder.

Als je er niet bent, hoe zou het dan nog oneerlijk kunnen zijn?

Precies. Het is gewoon pure authenticiteit, eerlijkheid. Die komt bovendrijven. En dat is ook alles wat er gebeurt, waar we altijd zijn. Dat is het wonder, iets dat uit niets voortkomt, de absolute spontaniteit ervan. Zelfs deze woorden, en de geuren en geluiden, dat komt allemaal voort uit niets … ondanks onszelf. Precies daar waar we ons bevinden is ook het wonder aanwezig, de big bang. Het is schepping en vernietiging die tegelijkertijd plaatsvinden. In onze zoektocht naar een identiteit, om iets of iemand concreets te zijn, verwijderen we ons zo ver van het wonder van iets dat uit niets voortkomt. En dat gebeurt altijd, ieder moment. Zelfs tijdens het meest intense lijden is het nog iets dat uit niets voortkomt, en niemand die het doet, en niemand die lijdt. En daar ligt de vrijheid.

Een vrijheid die niet over te dragen is.

Hij is niet over te dragen, maar hij kan wel gedeeld worden. Het is de vreugde van de ontmoeting met jezelf eigenlijk. Het is een herkenning, en die gaat eenvoudig over in vriendschap, het ontmoeten van vrienden … dan wordt dat wat gezegd wordt een levende ervaring. Je kunt komen en zeggen: ‘O, ik begrijp wel dat er niemand is, ik begrijp wel dat er geen sprake is van keuze’, maar dan wordt het een vorm van intellectueel begrijpen. Tijdens de bijeenkomsten wordt het iets levends. In de stiltes die vallen wordt zo duidelijk gezien dat  er niemand is, dat er niemand aanwezig is in de ruimte. Het draagt zichzelf over, het heeft mij helemaal niet nodig, het heeft helemaal geen leraar nodig. En in zo’n omgeving brandt het zoeken zichzelf op. De bijeenkomsten zijn net brandstapels. Alles wijst op dit. Mensen denken dat non-dualiteit een heel abstracte theorie vertegenwoordigt, maar in feite raakt het juist de kern van alles. Dat moet ook wel, want het is alles. Alleen de verwoording maakt het abstract. Dit lichaam heeft jou en je lijden en je problemen helemaal niet nodig. Hier is een veel diepere intelligentie aan het werk. Die zorgt dat de bloemen groeien, dat de vogels vliegen, dat het hart pompt. Ik denk dat we ons daarom zo aangetrokken voelen tot de natuur. Want daar zijn de dingen zo duidelijk wat ze zijn, daar is geen beweging naar iets anders toe, daar is geen sprake van zoeken. Dat is de weerklank. Dat herkennen we. Kijk maar eens naar de ademhaling. Die vindt gewoon plaats. We zijn ons er niet eens bewust van.

Maar zodra we ons met de ademhaling gaan bemoeien, beginnen de problemen.

Dan raakt het ritme helemaal verstoord. Maar als we de ademhaling met rust laten, gaat het gewoon vanzelf. En als we ’s nachts liggen te slapen slaat ons hart, ademen de longen en herstelt het lichaam zichzelf. We moeten uit de weg gaan, zodat het lichaam zichzelf kan herstellen. En als we dan ’s morgens wakker worden denken we: ‘O jee, ik moet nog zoveel doen’. En dan vindt er een verkramping plaats. Ik denk dat de meeste mensen niet in de gaten hebben hoe verkrampt ze zijn. Vanaf je geboorte wordt je geleerd wie je bent en wat je moet doen, wat je moet zijn – je moet erop uit en hard werken, je moet iets van je leven maken voor je sterft. Maar denk eens aan de bloemen. Die staan niet te denken: ‘O jee, ik moet een prachtige bloem zijn, ik moet mooier zijn dan gisteren, ik moet verlicht zien te worden’. Ze zijn al ontwaakt, het universum is al ontwaakt. Alleen denken wij mensen, wij individuen, dat we losstaan van het geheel. We denken dat we slapen en dat we wakker moeten worden. Maar in werkelijkheid is alles al volledig ontwaakt. Tijdens een van de bijeenkomsten kwam er iemand een keer plotseling tot het besef dat er hier altijd wat gebeurt. Noem het wat je wilt, maar het is geen bewegingloze nietsheid, het is geen zwarte leegte. Dat had wel zo kunnen zijn, er is geen reden waarom het niet zo zou kunnen zijn, maar het is gewoon niet zo. Er is toevallig van alles gaande. Het universum staat aan, het staat niet uit. Het is niet in slaap, het is wakker. Dit is al ontwaakt. Het wonder is dat het er überhaupt is.

Die verwondering is misschien wel iets wat wezenlijk bij ontwaken hoort.

Daarom denk ik dat ontwaken onvermijdelijk is. Het gebeurt nu of het gebeurt als je sterft. Als je sterft, valt alle zoeken weg. De paradox is dat dat het juist is waar we het bangst voor zijn. Als je er heel goed naar kijkt, gaat het in feite om hetzelfde. Hele jonge kinderen zijn niet bang voor de dood. Ze ervaren nog geen wereld buiten zichzelf. Ze onderzoeken alleen maar wat er is. Ik herinner me dat ik altijd rondliep met mijn ogen dicht. Als ik op straat liep, waren mijn ogen altijd naar beneden gericht. Het was net alsof ik mezelf probeerde te beschermen. En ik knipperde ook heel veel met mijn ogen. Ik probeerde de wereld altijd zoveel mogelijk buiten te sluiten, het was me allemaal teveel. Maar sinds dit gezien is, zijn de ogen veel vaker open. Dat heeft niets met mij te maken. In mijn afwezigheid zijn ze op een of andere manier echt gaan zien. En daar zijn ze ook voor bedoeld. We hebben het zo druk met kijken dat we niets meer zien. Door steeds maar uit te kijken naar iets, te zoeken, zien we niet wat er al is. 

En blijven we proberen de waarheid in onze greep te krijgen.

Maar non-dualiteit kun je niet in je greep krijgen. Je kunt het niet gebruiken als geloofssysteem. Het is een zien, een helder zien, en in dat zien ben jij afwezig. Het is een zien dat je niet kunt ‘doen’. En het is ook geen kwestie van keuze, dat is het nooit geweest. Maar het zet je er op een of andere manier niet toe aan om mensen te gaan vermoorden, of op de bank te gaan zitten en niets meer te doen. Want het staat niet langer los van alles. Dat was ook nooit zo, maar nu wordt dat gezien, en daardoor ziet het in feite overal verschillende versies van zichzelf. Het is er niet op uit om zichzelf pijn te doen. Waarom zou het ook? En omdat er niets meer is om te verdedigen, is er een openheid naar wat zich voordoet. Het is verbijsterend dat dat in het universum ingebouwd zit. Ik heb het woord ‘mededogen’ nooit begrepen. Ik dacht altijd dat het iets wolligs, iets mafs was waardoor je je goed gaat voelen. Maar mededogen is in feite heel destructief. Het breekt je af. Mededogen is het zien dat er geen sprake is van afscheiding, dat jouw ogenschijnlijke lijden in feite mijn lijden is. Maar tegelijkertijd is het niet van mij of van jou. Dat creëert ruimte om met dat lijden om te gaan, want als jij me zegt dat je lijdt, oké, dan geloof ik je. Ik hoef dan niet te blijven zitten en net te doen of er geen sprake is van lijden, van persoonlijke aanwezigheid enzovoorts … Gisteren kwam er iemand na de bijeenkomst naar me toe en zei: “Jeffrey, weet je, je hebt vanavond het meest bruikbare gezegd wat ik een advaitaleraar ooit heb horen zeggen”. Hij had me gevraagd: “Wat doe je als er iemand naar je toe komt en hij sterft van de honger, en jij ziet dat er in feite niemand is?” Ik zei: “Nou, dan geef je hem te eten”. Je kunt het lijden van anderen niet meer buitensluiten, want er is geen ervaring van jij en ik meer. Mensen hebben het idee dat ontwaken het bereiken is van een hogere staat van bewustzijn waarin je niets meer voelt, waarin je op een troon zit en op de wereld neerkijkt en jezelf meer voelt dan een ander. Dat is heel doods.

Eenheid betekent dat het om één levend, organisch geheel gaat.

We weten dat allemaal. Zelfs mensen die niet geïnteresseerd zijn in spiritualiteit weten het. Als er daar iets ontploft, reageert dit lichaam. Dat kun je niet tegenhouden.

Er is geen onderscheid tussen de knal en het lichaam. Die zijn één.

Het is niet eens een reactie van het lichaam. De knal en de reactie erop zijn één. Eén beweging. Net als dat je in de zon kijkt – de ogen en de zon zijn één. Alles is op de meest intieme wijze met elkaar verbonden, het is allemaal één ‘ding’. Er is een mooi Zen-verhaal. Het komt erop neer dat een man in London drinkt, en een man in New York dronken wordt. Dat is hetzelfde. Het is allemaal Eén. Dat kan in feite niet met behulp van het intellect begrepen worden. Op het moment dat je het probeert te begrijpen, heb je er een theorie van gemaakt. En we houden van theorieën. Het ego houdt van theorieën.

Een afzonderlijk individu zijn is misschien wel de meest veel voorkomende en favoriete theorie van allemaal.

Het is een heel westers idee, het idee van het afzonderlijke zelf. We zijn heel sterk geconditioneerd in zulke theorieën. Ik weet in ieder geval dat ik opgegroeid ben met het idee dat het gewoon zo is.

En iedereen die anders denkt beschouwen we als een bedreiging.

We hebben vijanden nodig om te weten wie we zijn. Het is allemaal een zoeken naar identiteit. We hebben iets nodig om tegen te vechten. We hebben het nodig om ons te onderscheiden van anderen.

Daarom zeg je ook dat onderscheid maken gelijk staat aan geweld aandoen.

Onderscheid houdt in dat er iets is wat onvermijdelijk een keer tegen iets anders aan gaat botsen. Het is net als met elektriciteit. Elektriciteit kan zichzelf niet kennen tot het weerstand ondervindt. Dan pas kan het zichzelf kennen als electriciteit. Iets moet tegen iets anders aanbotsen om zichzelf te kunnen kennen. We hebben dus een vijand nodig om onszelf te kunnen kennen. En die vijand dienen we te vernietigen.

Om zo onze eigen identiteit te versterken. Zolang je geen anderen ziet, ben je er zelf ook niet.

Kijk maar naar Hitler. Om te weten wie hij was als nazi, als Ariër, moest hij alles vernietigen wat geen Ariër was. Maar dan houd je een wereld vol Ariërs over, en dan heeft het concept ‘Ariër’ geen betekenis meer. Als alles hetzelfde is … dat is het domme eraan, dat is de onwetendheid ervan. Alle geweld in de wereld komt niet voort uit het kwade, het komt voort uit domheid, uit onwetendheid. Het kwade bestaat helemaal niet. Als je kijkt naar het woord ‘kwaad’… Jezus zei: ‘Bemin uw naaste als uzelf’. Als je naar de originele tekst kijkt, kun je het ook vertalen als: ‘Bemin het kwade in uzelf’. Het kwade betekent in zekere zin dat iets zich onderscheidt van iets anders. Het is dus: ‘Bemin de ander in uzelf’. Als Hitler van de Jood in hemzelf had kunnen houden, hadden er geen zes miljoen mensen hoeven sterven. Het komt allemaal voort uit weerstand. We denken: er is een deel van mezelf wat ik niet mag, en dat projecteren we vervolgens op anderen, en door die te vernietigen, wordt dat stukje van onszelf ook vernietigd. Het is zo duidelijk als je het eenmaal ziet.

Waarom zien mensen het dan niet?

Het is zo vreemd. Er bestaat geen kwaad, er bestaat alleen maar onwetendheid, domheid, afgescheidenheid. In dit verband is het woord ‘zonde’ ook interessant. In het oorspronkelijke Grieks betekent het: het doel missen. Dat betekent het. Het komt van het boogschieten: het doel missen. Zonde, het kwade, betekent gewoon dat je het doel van het leven niet begrijpt. Hitler is dus het ultieme voorbeeld van iemand die de plank volledig misslaat. Mensen zeggen: waarom is er lijden, waarom moet dat er zijn? Nou, het zal zich blijven voordoen tot dit gezien is. Het moet zich blijven voordoen om ons te wijzen op onze eigen domheid. Dus hier in het openbaar over praten met een groep mensen komt erop neer dat je ze wijst op hun eigen domheid. Ja, en dat vinden ze niet leuk. Daarom lopen er ook mensen weg. Dat gebeurt best vaak. Aan het begin van een bijeenkomst zeg ik meestal dat men vaak boos of gefrustreerd reageert op wat ik zeg, omdat men niet krijgt wat men wil. Als je naar een bijeenkomst komt met een idee van wat je wilt of vanuit de gedachte dat er iets te halen valt, ga je waarschijnlijk gefrustreerd de deur uit, of loop je zelfs weg voor de bijeenkomst beëindigd is.

Je bent een spiegel. Verveling of frustratie zullen zich in jou weerspiegelen.

Dat klopt. Je neemt jezelf mee naar een bijeenkomst, en dat is ook alles wat je te zien zult krijgen. Het laatste wat het denken wil horen is dat je er niet bent. Het denken wil gelijk krijgen, het wil bevestigd worden. Als het naar een bijeenkomst gaat, krijgt het niet waar het op uit is. Dat is de frustratie. Als mensen weglopen, denk ik altijd dat dat ook maar het beste is. Er moet sprake zijn van een zekere bereidheid om dit te horen. Het is iets vreemds, maar er moet sprake zijn van een bepaalde openheid, een soort bereidheid. In zekere zin is het de bereidheid om te sterven, en die bereidheid doet zich niet voor tot hij zich wel voordoet.

 

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.