VLOEIEN ALS WATER
Op de lange wandelingen die ik in de heuvels en de bossen in mijn omgeving maak, doet zich regelmatig een bijzonder leerzaam fenomeen voor. Op het moment dat ik een splitsing van paden nader, beslis ik welk pad ik zo dadelijk ga nemen. Ik zie de mogelijke routes voor me, en besluit dat ik via de Duivelsberg naar huis zal lopen en de Holthurnse Hof links laat liggen. Eenmaal voorbij de splitsing merk ik plotseling dat ik het andere pad in ben gelopen. Was dat een beslissing van mij, of doet het lichaam wat het wil (of geconditioneerd is om te doen) zonder dat dat zogenaamde besluit van mij er invloed op heeft? En wat zegt dat over de mate waarin we vrij zijn om te kiezen wat we willen?
Vrijheid kan op vele manieren gedefinieerd worden, maar aan elke definitie kleven bezwaren. Als we de praktijk van het alledaagse leven als leidend beginsel nemen, is de definitie van de jezuïet Anthony de Mello misschien wel de meest bruikbare. Hij zegt: “Wijsheid (of vrijheid) is zonder weerstand samenwerken met het onvermijdelijke.” Ongeacht de omstandigheden, zou ik daar aan toe willen voegen.
Een subliem voorbeeld hiervan wordt beschreven in een haiku van de Japanse zen dichter Ryokan:
De dief
liet haar achter –
de maan in het raam
Ryokan werd in armoedige omstandigheden van zijn schamele bezittingen beroofd, maar de maan konden de dieven niet meenemen. Door slechts te glimlachen, stal Ryokan de maan terug van de dieven en oversteeg hij daarmee de dualiteit van goed en kwaad, van welles en nietes.
Vrijheid betekent de illusie van gebondenheid voorgoed hebben doorzien. Daar is niet veel voor nodig. Toen de monnik Taoshin tegen zenmeester Sengtsan zei: “Ik smeek u om mij onderricht te geven. Laat me alstublieft zien hoe ik bevrijd kan worden”, antwoordde Sengtsan: “Wie heeft je dan gebonden?” ‘Niemand”, zei Taoshin. Toen zei Sengtsan: “Waarom vraag je dan om bevrijd te worden?” Onmiddellijk zag Taoshin de eeuwige waarheid van die woorden.
Vrijheid betekent zien dat iets mooi is, maar niet begeerlijk; lelijk, maar niet afstotelijk; onjuist, maar niet onwenselijk; vies, maar niet viezer dan wijzelf. Het betekent dat alles goed is omdat het er is (meer rechtvaardiging hebben de dingen niet nodig; in feite hebben ze geen enkele rechtvaardiging nodig) en dat alles kan omdat de tegenstelling tussen mogelijk en onmogelijk evenzeer een illusie is.
Pas als geen enkele denkbare tegenstelling meer serieus genomen wordt, kun je spreken van werkelijke vrijheid. Dan zijn gedachten en daden nergens meer aan gebonden, vloeien ze als water in een rivier, buigen ze mee als takken in de wind, en blijf je zelf onwrikbaar als een rots en grenzeloos als de hemel. Het maakt niet uit of de wind veroorzaakt wordt door de hitte van de zon of de koelte van de maan. Je buigt in beide gevallen mee, en ieder moment is gevuld met leven en licht. Of zoals William Blake zegt:
Hij die de vreugde kust als die vervliegt
leeft in de dageraad der eeuwigheid
In het licht van die wijsheid, die vrijheid, vergaan alle dingen die lijken en laat het ene Zijn zich zien. Dan kunnen we ‘slapen met onze benen uitgestrekt, vrij van het ware, vrij van het onware’. Dan zien we, in de woorden van zenmeester Hakuin, “alle fenomenen als eeuwige werkelijkheden die toch van voorbijgaande aard zijn; is er, of we nu gaan of terugkeren, voor ons geen sprake van enige beweging.”
Is dat ons werkelijke leven? Is dat de waarheid van ons bestaan? Ja, zelfs als we ons daar niet bewust van zijn. De waarheid is zoiets als gezondheid, of de lucht die we inademen. Ook die zijn zo vanzelfsprekend dat we niet eens merken dat ze het fundament van ons bestaan vormen. Maar als je de waarheid vast wilt grijpen, ontglipt ze je, zoals zand tussen je vingers wegloopt als je er hard in knijpt. De waarheid kan alleen gevonden worden door er totaal niet mee bezig te zijn, door volledig op te gaan in het moment, door de dingen te zien zoals God ze ziet, dat wil zeggen, door de ogen van het ding te worden zodat het naar zichzelf kijkt.
De waarheid is dat we al vrij zijn en dat we dus nooit hoeven te proberen om het te worden. De waarheid is dat we ook nooit hoeven te kiezen. Het mag wel, en als ik morgen bij een splitsing is het bos kom, zal ik opnieuw een keus maken. Maar iedere keus die we maken is een fictieve, want alles gebeurt spontaan en vanzelf, zonder dat er iets of iemand aan de touwtjes trekt en dingen wel of niet laat gebeuren.
Vrijheid betekent nergens aan gebonden zijn, zelfs niet aan de waarheid van het niet gebonden zijn. Vrijheid is als de maan in het gedicht van Rikeihô:
Vol verlangen de maan te bezitten
lepelde een monnik haar uit het water in een emmer,
maar toen hij bij de tempel aankwam merkte hij
dat de maan verdween zodra hij de emmer leegschonk.