DE ZIEL DIE ALLE RUIMTE VULT
Kortgeleden kwam ik toevalligerwijs op een dorpskermis terecht. Van alle attracties daar vond ik de kinderachtbaan het meest fascinerend. Jongens en meisjes tussen de vier en tien jaar oud namen plaats in hun karretjes, waarvan de meeste een stuurtje hadden. Terwijl de karretjes in het rond reden, draaiden de kinderen driftig aan hun stuur als ze een bocht door gingen. Hun serieuze gezichten verraadden dat ze zich de bestuurders van hun voertuigen waanden en hun taak heel serieus namen. Het deed me denken aan de tijd dat ik als kind in gezelschap van mijn ouders met de trein reisde. Ik vond dat heel spannend, en ik gebruikte mijn fantasie om het allemaal nog spannender te maken. Zodra de trein ging rijden of stoppen duwde ik op de knop waarmee de klep van de asbak in de stoelleuning omhoog kwam en droomde ik dat ik degene was die de trein in beweging zette of deed stoppen. Zo voelde ik me even oneindig veel groter en sterker dan ik in feite was.
De neiging van kinderen om een eigen handeling of gedachte als oorzaak van iets veel groters te zien, wordt magisch denken genoemd. In de psychologie wordt het beschouwd als een primitieve vorm van denken die, als alles goed gaat, mettertijd wordt vervangen door de manier van denken die we als samenleving als zinvol en betrouwbaar beschouwen en die vrijwel uitsluitend gebaseerd is op logica en rechtstreekse oorzaak-gevolg-relaties.
Voor de meesten van ons is dit het eindpunt van onze denkontwikkeling, al was het maar omdat iedereen geacht wordt zo te denken en je het etiket van rare vogel of gek dreigt opgeplakt te krijgen als je er een denkwijze op nahoudt die daar niet mee strookt. Want misschien meer dan wat dan ook zijn we kuddedieren die bang worden en straf of zelfs uitsluiting kunnen verwachten als we teveel van de groep(snorm) afdwalen. Dat het leven vol gebeurtenissen en ervaringen zit die met geen mogelijkheid vanuit het maatschappelijk geaccepteerde denkmodel verklaart kunnen worden, nemen we voor lief. We redeneren dat soort ervaringen weg, noemen ze paranormaal of het gevolg van een op hol geslagen fantasie, of beweren, in het beste geval, dat we er nog geen logische verklaring voor hebben, wat suggereert dat die er zonder twijfel nog gaat komen.
Beeldend kunstenaars, dichters en mystici zijn, naast psychiatrische patiënten, vrijwel de enige mensen die er blijk van durven geven dat juist zulke ervaringen een wezenlijk deel van ons bestaan uitmaken. In het oude Japan was men vaak geen dichter, (levens)kunstenaar of mysticus, maar alle drie tegelijk. Ondanks het feit dat we eigenlijk nog steeds aapachtige wezens zijn die woeste geluiden maken om op onhandige wijze uiting te geven aan ervaringen die niet uit te drukken of over te dragen zijn, vonden zij een vorm waarmee ze deze menselijke beperking konden overstijgen. Binnen het strikte stramien van vijf, zeven en nogmaals vijf lettergrepen (in het Japans) bleken ze in staat de diepte, kleuring en magie weer te geven van een ervaringswereld die we allemaal kennen, maar waar we als kuddedier allang geen acht meer op slaan:
Ik doe een dutje
en laat de bergstroom
de rijst pletten.
Hier laat de dichter Issa zien hoe magisch denken een plaats in onze ervaring kan blijven innemen. Of neem de haiku van de beroemde dichter Bashô:
De huls van een cicade.
Hij heeft zichzelf
volkomen weggezongen.
Toch gaat het hier om meer dan kinderlijk magisch denken. Wat deze dichters/mystici kenbaar maken, is dat we één zijn met de wereld en trouw aan ons ware zelf als we dat erkennen. Zelfs een geniale wiskundige als Bertrand Russell, die in principe niets opschreef dat niet strikt aan de regels der elementaire logica voldeed, kwam uiteindelijk tot de conclusie dat de ziel alle ruimte vult. Die ziel, datgene wat we allemaal met elkaar delen, wat we allemaal Zijn, zit zorgeloos in de achtertuin terwijl een windvlaag door zijn haar waait; die ziel raakt bedwelmd door de geur van kamperfoelie terwijl de laatste zonnestralen achter de daken verdwijnen; die ziel is het leven dat we kennen en vergeten zijn en waarvan alles, werkelijk alles, doordrenkt is.