interview van uitgeverij Felix met Han

De Levende Leer van Ramana Maharshi
 
In oktober 2004 verscheen bij Uitgeverij Felix  Sprekende Stilte, een biografie over de Indiase meester Sri Ramana Maharshi (1879-1950). De wijsheid van Ramana Maharshi kwam vooral tot uitdrukking door de manier waarop hij in het leven stond en aanwezig was. Deze schets van zijn leven geeft daarom ook en vooral een beeld van de leer van Ramana Maharshi.
Een gesprek met de auteur van Sprekende Stilte, Han van den Boogaard.
 
 
Er bestond in het Engels al een biografie over Ramana, waarom heb je die niet gewoon vertaald?
 
Ik wilde het boek maken dat ik zelf het liefst zou lezen. De bronnen die Osborne (1) tot zijn beschikking had waren veel beperkter dan het materiaal wat er nu voorhanden is. En ik wilde niet alleen een uitgebreider verhaal schrijven, maar het ook op mijn eigen manier vertellen. Mijn passie voor schrijven en mijn passie voor Indiase filosofie kwamen in dit project samen. Het schrijven was een heel goede manier om me in de materie te verdiepen. Ik vond het heel prettig om met het boek bezig te zijn. Toen het klaar was vond ik dat jammer dat het zover was.
Het schrijven ging vanzelf. Van het begin tot het eind van het schrijfproces heb ik er bijna niet over na hoeven denken. Ik wist precies hoe het boek moest worden. Alles was er al, het hoefde alleen nog opgeschreven te worden en dat wilde ik graag doen. In die zin kan ik achteraf zeggen dat het voelde alsof ik geleid werd. Maar ik wil daar ook weer niet te mysterieus over gaan doen.
 
Wat is het belang van de leer van Ramana Maharshi?
 
Mensen zijn door hem zó geïnspireerd geraakt dat zijn leer zich als een olievlek is gaan verspreiden. Zijn belang wordt alleen maar groter. Zijn leer staat aan het begin van de opbloei van de advaita vedanta (non-dualisme, red.), inmiddels een heel belangrijke stroming in de spirituele wereld. Ook al afficieert Ramana zich niet als een advaita vedantist, wat hij zegt is puur advaita vedanta.
Advaita is geen religie in traditionele zin, het werpt je alleen terug op jezelf. ‘Zoek zelf maar, kijk maar eens de goede kant op, dan zie je het vanzelf’, dat is de boodschap van advaita.
 
Wat zie je dan?
 
Je ziet je eigen niet-bestaan: ‘Kijk de goede kant op en je ziet dat je er niet bent.’
 
Of: ‘Kijk de goede kant op en je ziet dat je alleen maar bent.’
 
Ja, dat is de volgende conclusie die je kunt trekken, want er blijft wel iets over. Binnen en buiten is eigenlijk een onderscheid dat geen realiteitswaarde heeft. Het gaat erom dat je begrijpt dat je er bent, maar dat je geen vaststaand ding bent. Dat is een kwestie van de goede kant opkijken, dus niet naar buiten, maar naar binnen. De methode van Ramana is om jezelf voortdurend af te vragen: ‘Wie ben ik?’.
 
 
Waarom praatte Ramana in de derde persoon als hij het over zichzelf had?
 
Misschien wilde hij continu duidelijk maken dat hij zich niet identificeerde met zijn lichaam. Hij sprak over zijn lichaam als ‘dat ding wat ik zie’. Hij ervoer werkelijk geen onderscheid tussen hemzelf en de ander.
Dat lichaam was maar één van de verschijnselen binnen zijn belevingswereld. Er zijn bomen, planten, mensen; zijn lichaam was deel van die omgeving. Daarom sprak hij over zijn lichaam in de derde persoon: het was slechts één van de dingen die zich in zijn bewustzijn voordeden.
 
Daar was hij ook wel heel consequent in.
 
Ja, geweldig vind ik dat! Dat vind ik het mooie van Ramana, je kunt hem nauwelijks op tegenstrijdigheden betrappen. Deze man is heel bijzonder, niet alleen door zijn levensverhaal, maar ook door de houding die hij aanneemt. En eigenlijk is het een niet-houding, want als je een houding aanneemt zit je alweer ergens aan vast.
 
‘Niet-houding’ is ook weer te veel gezegd.
 
Door het in die termen uit te leggen word je inderdaad meteen weer beperkt door de dualistische woordenbrij. Maar, met ‘niet-houding’ bedoel ik ook de uitzonderlijke manier waarop hij leefde. Zo droeg hij niets anders dan een lendendoek en raakte hij nooit geld aan. Ramana Maharshi laat zien hoe een verlichte meester als voorbeeld kan dienen voor anderen. Niet door anderen te zeggen wat ze moeten doen, maar door volkomen zichzelf te zijn, zonder opsmuk.
 
Aan de ene kant is zijn onthechte manier van leven een voorbeeld, aan de andere kant vraag  ik me af hoe je zijn voorbeeld kunt volgen in een leven in de maatschappij met een vaste baan, relatie, kinderen etc.
 
Ramana zegt dat zijn leven op deze wijze verliep, omdat het nou eenmaal zo moest lopen. Je hebt het lot totaal niet in eigen handen. Er zijn zelfs geen ‘eigen handen’! Je moet niet geforceerd een wending aan je leven proberen te geven, door op een berg of in een grot te gaan zitten. De bekering of omkering, heeft niets te maken met de plek waar of het moment waarop het gebeurt. Het kan elk moment gebeuren.
 
Maar is het niet moeilijker om je te onthechten in een wereldse situatie, waarin je bijvoorbeeld onmogelijk kunt leven zonder geld aan te raken?
 
Je neemt jezelf, je hele ‘ego-pakket’ met je mee, waar je ook bent. Als ik zelf bijvoorbeeld op vakantie ga naar een plek waarvan ik van tevoren denk dat ik me daar geweldig ga voelen, dan merk ik als ik daar eenmaal ben toch dat ik ‘de hele rommel’ heb meegezeuld. De beleving van een plek kan alleen maar anders zijn wanneer ik me anders voel. In die zin maakt het niets uit waar ik ben, ook de omstandigheden doen er niet toe. Want het gaat erom dat je je niet identificeert met al die verschijnselen, of dat nou die blauwe lucht is of die kleine kindertjes die om je heen lopen. Het gaat erom dat je snapt dat het verschijnselen zijn en niet meer dan dat, dat ze geen realiteitswaarde hebben.
 
Kinderen zijn toch alleen maar realiteit?
 
Het enige wat reëel of waar is, is datgene wat er altijd is. In zoverre is geen enkel verschijnsel waar of echt. Alles begint een keer en houdt een keer op.
Ramana had echter wel een heel groot respect voor het leven. Hij zei niet dat het leven er niet toe doet omdat het geen realiteit is. Als je snapt dat alles wat je waarneemt, waaronder jijzelf, alleen maar verschijnselen zijn, dan maak je ook geen onderscheid tussen die verschijnselen. Ramana had veel respect en mededogen voor dieren en voor de natuur. Het was ook uit mededogen voor zijn medemens dat hij zijn zwijgen doorbrak.
Door woorden ontstaat automatisch de verdeling tussen subject en object en dat wist Ramana maar al te goed. Tegelijkertijd beantwoordde Ramana de vragen op het niveau van de vraagsteller. Wanneer de vraagsteller in ‘subject - object termen’ denkt en er - voorlopig - ook niet buiten kan denken, dan kan het antwoord van de meester namelijk alleen iets betekenen als het in die termen gesteld is. Ramana zei er echter wel steeds bij dat je achter die dualiteit moet proberen te kijken, door te kijken wie je zelf bent. Als je immers ontdekt dat je zelf geen object bent, dan houdt het subject - object denken op. De  antwoorden in subject - object vorm waren een hulpmiddel om mensen zo ver te krijgen.
 
 
Hoe onderscheidt Ramana zich van alle andere Indiase leraren?
 
Wat hem onderscheidt is zijn totale afzien van elke vorm van opsmuk, zowel qua uiterlijk als qua taal als qua benadering. De manier waarop hij leefde, waarop hij er uitzag en sprak was ontdaan van alle afleidende elementen. En Ramana legde mensen nooit iets op. Hij vroeg nooit iets aan iemand. Hij hield het totaal bij zichzelf en was daar, in positieve zin, heel extreem in.
Ook zijn levensverhaal is heel opzienbarend. Hij liet zien dat leven heel weinig te maken heeft met wat je als persoon beleeft of bereikt. Ramana had een heel rijk leven, terwijl hij  maar op één plek bleef. Er was geen reden om zich te verplaatsen, hij volgde zijn eigen natuur.
 
Is Ramana Maharshi jouw leraar?
 
Hij is meer een voorbeeld dan een echte leraar. Een leraar kan iets extra’s betekenen als hij in levende lijve voor je zit. De aanwezigheid en uitstraling van zo iemand is veel belangrijker dan wat hij zegt. Dat vond Ramana zelf ook, daarom zei hij zo weinig.
 
 
 
 
 


[1] Arthur Osborne, Ramana Maharshi and the Path to Self-Knowledge. 1997