interview van Bewustzijn Magazine met Han

 

Niets staat vast, maar alles is onvermijdelijk
 
Intro
Dit is het verhaal van een man die in 1956 in Brabant geboren werd, zijn jeugd op verschillende plekken in Nederland doorbracht en in Tilburg psychologie studeerde. Na zijn studie maakte hij met een vriend een reis naar India die zijn leven veranderde. De argeloze waarnemer zou denken dat hij zich ontwikkelde. Maar nee, deze man gelooft niet in ontwikkeling. En ofschoon hij zelf graag een verhaal vertelt, ook niet in verhalen.
Er is alleen Hier. Nu. Dit.
 
Han van den Boogaard is hoofdredacteur van het mooi vormgegeven nondualistische tijdschrift ‘Inzicht’. Daarnaast werkt hij als psycholoog in een doofblindeninstituut in de buurt van Nijmegen en schrijft hij boeken. Stof genoeg dus om over te praten.
 
Ik las op je site dat je in 1980 naar India ging en dat die reis je leven sterk beïnvloed heeft.
‘Ik had ooit een avonturenboek gelezen van iemand die een reis maakte van Vuurland naar Amerika, te paard. Fantastisch, dat wilde ik ook. Toen ik op het punt stond te gaan, leerde ik iemand kennen die trouwens nog steeds een heel goede vriend is, en die jongen zou in diezelfde tijd ook alleen op reis gaan. We bedachten dat het eigenlijk heel leuk zou zijn om met z’n tweeën te reizen. Maar hij ging naar India en Nepal. Denk er eens over na, zei hij. Ik werd midden in de nacht wakker en dacht: dat is toch helemaal geen vraag, natuurlijk doe ik het! Nou ja, ik had het met dat andere plan zeker niet gered. Ik kende geen Spaans, had totaal geen reiservaring en was best onzeker in die tijd. Dat zou een ramp geworden zijn.
We zijn zes maanden weggeweest en plakten er nog een maandje Israël aan. Toen we terug kwamen, heb ik een half jaar lang voor me uit zitten staren op de bank. Ik was niet depressief hoor, maar zo veranderd. Nooit meer in mijn leven heb ik zo’n verandering meegemaakt. Moeilijk te zeggen wat het was. Ik had heel veel last van mijn jeugd denk ik. Mijn vader was autistisch zonder dat iemand dat wist en mijn moeder was heel theatraal, en ik heb een moeilijke broer bij wie achteraf borderline is vastgesteld. Dus dan heb je een combinatie van mensen die erg moeilijk met elkaar kunnen. In India was ik helemaal vrij, en ik had het grote geluk dat die vriend eindeloos veel geduld met me had. Avond aan avond heb ik mijn hele levensgeschiedenis zitten vertellen. Het leek wel of ik een psychiater bij me had. Daar ben ik hem altijd dankbaar voor gebleven.’
 
Maakten jullie een trektocht?
‘Ja, maar eerst gingen we naar Poona. Ooit zaten we met een paar vrienden in een huisje in Friesland rond de kerst. Op een gegeven moment hoorde ik op de radio Jan Foudraine iets over Osho vertellen. Ik dacht: Wat is dit?!?! De rest hoorde het helemaal niet, maar ik wist: dit is iets belangrijks. Het viel in vruchtbare aarde. Ik ben een boekje van Jan Foudraine gaan lezen, die in die tijd veel over Osho schreef, en daarna van Osho zelf. Ik kwam in Nijmegen terecht waar een Osho-meditatiecentrum was, mijn zus ging ermee bezig en andere vrienden, en één van hen trok de stoute schoenen aan en ging als eerste naar Poona. Hij stuurde vanuit Delhi een kaartje waar op stond: 'Poehh, ik ga maar meteen door naar de ashram, want het is veel te warm hier'. Daar is hij nooit aangekomen. Vermoedelijk is hij onderweg naar Poona in de trein overleden aan acute cholera. Mijn vriend en ik hebben in Poona nog bij de politie proberen te achterhalen wat er was gebeurd, maar daar werden we niet wijzer van. De dood van onze vriend raakte ons natuurlijk zeer, maar het heeft ons niet belet om de reis te maken die hij zelf misschien wel had willen maken.
In die tijd had ik het idee dat er maar één persoon in de wereld verlicht was, en dat was Osho. Ik had geen benul van wat er nog meer zou kunnen zijn; jarenlang ben ik alleen met zijn boeken bezig geweest. Hij was de enige goeroe waar ik weet van had. Ik wist niet eens dat er andere ashrams bestonden. Na een kort verblijf in Poona - ik voelde me uiteindelijk toch niet erg op m'n gemak in die ashram - zijn mijn vriend en ik een half jaar door India gaan trekken.
Het andere aspect dat mij zo veranderd heeft, was de kennismaking met de diepe band die men in India met religie en spiritualiteit heeft. We bezochten heel veel tempels, we doken er helemaal in. Dat sprak me enorm aan, ik werd er sterk door geëmotioneerd. Maar het was ook India zelf. Ik had geen idee dat er zo’n totaal andere wereld op onze planeet zou kunnen bestaan. Daar was ik vooral door gefascineerd. Dat je anders kunt denken, dat je anders kunt doen, anders kunt zijn.’
 
En hoe ging het in Nederland verder?
‘Ik voelde me zo opgenomen in die wereld dat ik een jaar later nog steeds in een knalblauw zijden pak liep dat ik in India gekocht had. Uiteindelijk heb ik toch geprobeerd me naar de eisen van de maatschappij te voegen. Zo heb ik een tijdje als freelance journalist gewerkt, ontwikkelingsprojecten in Noord-Jemen bezocht en daar artikelen over geschreven.
Ik leerde mijn vrouw Lucy kennen en we besloten in 1987 een kindje te nemen, terwijl we allebei nog in een studentenhuis woonden. Toen dat kindje eraan kwam, zochten we een huis, en toen we dat eenmaal hadden, besefte ik dat ik ook een baan moest hebben. Ik kwam in het onderwijs terecht en ben psychologielessen gaan geven, eerst op het mbo en later op het hbo. Nooit eerder gedaan, maar ik bleek het te kunnen. In de loop van de tijd heb ik opgemerkt dat mensen iets vanzelfsprekends hebben met het beroep of werk dat ze van thuis uit kennen. Mijn ouders zaten in het onderwijs, dus voor mij was het duidelijk wat werken in het onderwijs inhield - zoals mesnsen die de zakenwereld als achtergrond hebben, weten je hoe je geld moet verdienen. Het waren maar kleine baantjes, daar konden we niet van leven. Ooit was me voorspeld dat ik iets met mijn handen moest gaan doen. Maar ik heb twee linkerhanden, dus ik vroeg me af wat ik er mee moest. Op een dag dacht ik: acupunctuur! Dus toen ben ik dat gaan studeren, ik heb een master degree gehaald in de acupunctuur. Er kwam nog een tweede kindje en ik begon een eigen praktijk hier beneden in het souterrain. Maar, daar heb je het weer: geld en boekhouden, daar ben ik niet erg handig in. Reclame maken, dat soort dingen, ik kon het gewoon niet.
Op een gegeven moment heb ik de kans aangegrepen om op een school in Eindhoven te gaan werken. Ik heb mijn praktijk laten vallen, tot mijn grote leedwezen mag ik wel zeggen, want als ik handiger met geld was geweest, had ik nu misschien wel een bloeiende praktijk gehad. Ik vergelijk acupunctuur met schaken. Je krijgt een complexe stand voor je neus - de patiënt met zijn ziektebeeld - en jij moet de beste zet bedenken. Daarvoor moet je over heel veel theorie beschikken en heel veel geoefend hebben. Maar als je tien jaar lang niet meer schaakt, doe je niet meer de beste zet. Ik doe inmiddels niets meer met de acupunctuur. Wel jammer, het heeft mijn kijk op gezondheid en het lichaam radicaal veranderd. Het feit dat je tegen het lichaam aankijkt als een energetisch systeem is natuurlijk heel iets anders dan de invalshoek van de reguliere geneeskunde. Daarom botste ik soms ook wel met artsen met wie ik moest werken in het verleden. Ik zie verbanden tussen bepaalde verschijnselen binnen het lichaam en gemoedstoestanden die zij niet zien of niet wensen te erkennen omdat ze ze niet vanuit hun paradigma kunnen verklaren. Ik vind het fijn dat ik mensen ook nog op een andere manier kan inschatten.’
 
Wanneer was je kennismaking met non-dualiteit?
‘Begin jaren negentig ben ik veel over zen gaan lezen. Als ik iets interessant vind, ben ik een fanatieke lezer en wil ik er alles over weten. Toen ik er naar mijn gevoel genoeg over had gelezen, dacht ik: ik heb altijd al een boek willen schrijven. Ik ga een roman schrijven waarin ik zoveel mogelijk verwerk van wat ik over zen heb gelezen. Elke dag ging ik in de universiteitsbibliotheek zitten en daar schreef ik met de hand dat boek. Ik stuurde het manuscript naar Ankh-Hermes op en tot mijn verbazing kreeg ik een briefje terug: we gaan het uitgeven. Als weerlicht aan een heldere hemel werd de titel.
Rond 2000 ben ik naar Barry Long gegaan. Ik was erg weg van zijn dagboeken en schreef hem een brief. Het leek hem goed als ik eens een retraite van hem bijwoonde, maar hij kwam niet meer naar Europa. Nou wilde ik altijd al graag een keer naar Australië. Alleen: ik had een gezin te onderhouden. Dus ik vroeg me af hoe ik het moest realiseren. Toch was het binnen een half jaar geregeld. Mijn werkgever subsidieerde de reis voor een deel, ze zagen het als een soort studiereis. Dat heeft ook weer een behoorlijke impact gehad, maar niet zozeer inhoudelijk. Barry gaf twee keer per dag een lezing in een grote tent. Hij was een uitermate krachtige man; klein van postuur, maar als hij op het podium stond had je het gevoel dat er een leeuw stond. Op een avond, nadat ik naar een van zijn lezingen had geluisterd, wist ik in één keer zeker: dit is waar ik de rest van mijn leven mee bezig wil zijn. Niet zozeer met Barry, maar met waar hij het over had. Op een bepaalde manier was zijn leer non-dualistisch, al was het misschien niet echt heel uitgesproken. Ik ben verder niet meer met hem bezig geweest, het was ineens klaar. Ik wist dat ik nooit meer los kon laten wat ik ervaren had.’
 
Hoe ging het ondertussen met je eigen schrijverij?
‘Rond 2002 stuitte ik op een verzameling teksten van Ramana Maharshi, Be as you are van David Godman. Hier staat iets heel belangrijks, dat voelde ik, maar ik snapte het niet. Je hoort iemand spreken, maar je weet niet wat-ie zegt, zoiets. Toen ik het een jaar later nog een keer oppakte, begreep ik het opeens wel. Ik ben naar Au Bout du Monde in Amsterdam gegaan en heb alles gekocht wat ze over Ramana Maharshi hadden.
Ik had mijn eerste boek in 1996 geschreven en daarna was er niks fatsoenlijks meer uit mijn handen gekomen. Als ik mezelf nog serieus wilde nemen, moest ik nu wel een boek gaan schrijven dat echt goed was. Ik besloot Ramana’s biografie te schrijven.
Ik wist vanaf het begin hoe ik het moest aanpakken, het was alleen nog een kwestie van uitwerken, het boek gestalte geven. Dat boek heeft in zoverre impact gehad, dat ik een artikel ben gaan schrijven voor het tijdschrift InZicht naar aanleiding van het boek. Daarna schreef ik vaker artikelen, en een paar jaar later werd ik gevraagd in de redactie te komen. InZicht heeft een kleine redactie, wat ik prettig en overzichtelijk vind. Meinhard van de Reep geeft het blad uit en zoekt de kunst uit die de vormgeving van elk nummer bepaalt; de rest van de redactie houdt zich bezig met de inhoud.
InZicht gaat over non-dualiteit, en de advaita vedanta is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Maar ook het zenboeddhisme, het dzogchen boeddhisme en het soefisme zijn non-dualistische stromingen. Feitelijk is de esoterische kern van alle godsdiensten non-dualistisch. Alleen is advaita vedanta de enige die er heel expliciet in is, terwijl het in andere culturen onmogelijk was om openlijk over non-dualiteit te spreken of te schrijven, omdat men het als een bedreiging zag van de bestaande orde.’
 
 
Ik vind dat advaitaleraren vaak van die stomme harde grapjes maken…
‘Grappig, dat zegt mijn vrouw precies zo. Ik word zelf het meest geraakt door mensen als Alexander Smit, Tony Parsons, Rupert Spira, Jeff Foster, Richard Sylvester - daar voel ik me verwant mee. Lucy zegt altijd: hèhè, die grapjes steeds, het gaat nooit over de liefde. Ik denk dat vrouwen misschien meer behoefte hebben aan dat hart-en-liefde stuk, hoewel uiteindelijk natuurlijk, als het over de kern gaat, inzicht en liefde naadloos in elkaar over lopen. Welke weg je gaat en tot welke leraar je je aangetrokken voelt is puur een kwestie van temperament, van hoe je in elkaar zit. Er is een enorm verschil tussen de leraren. Iemand als Rupert Spira, die het meest fantastische boek over advaita geschreven heeft dat ik ooit gelezen heb, De helderheid der dingen, heeft het net zo goed altijd over liefde. En Tony Parsons spreekt over de "Beloved" als hij verwijst naar het ene ondeelbare dat we allemaal zijn. Ik ben me er voor mezelf achter gekomen dat alle leraren op hun eigen wijze iets ‘zien’ wat ze vervolgens onder woorden proberen te brengen. De essentie is voor allen gelijk, maar de vorm die dat zien aanneemt is anders. Dat heeft te maken met de 'bedrading' van de leraar, en dat geldt ook voor de manier waarop de leraar er vervolgens over spreekt. Het hangt er net vanaf in welke persoon, in welk lichaam dit een uitweg zoekt, hoe het eruit komt en hoe het gehoord wordt. Bij sommige mensen komt het rechtstreeks binnen, bij anderen botst het op een muur van onbegrip: 'ik hoor wel wat je zegt, maar ik versta je niet.'
Dat op dit moment de advaita vedanta zo vooraanstaand aan het worden is, is niet toevallig. Ideeën reizen over de wereld, daar is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Om eens wat te noemen: er was een groep apen in Japan die ontdekt had dat ze een noot uit de grond konden halen als ze op een bepaalde manier een stokje hanteerden. In dezelfde periode begonnen andere apen in Afrika spontaan hetzelfde te doen. In de tijd dat ik psychologie studeerde heb ik daar studie van gemaakt. Er bleek een Nederlandse psycholoog uit de jaren vijftig te zijn, Van den Berg, die dat fenomeen onderzocht en als eerste in de wereld ontdekte dat veel innovaties en nieuwe denkwijzen tegelijkertijd op verschillende plekken ontstaan zijn. De boekdrukkunst dook bijvoorbeeld in Engeland, Nederland en Duitsland op in een tijdsbestek van vijf jaar, zonder dat er contact was. Hij heeft allerlei historische studies doorgeploegd en is tientallen, zo niet honderden van dat soort dingen tegengekomen. Hij gaf dat verschijnsel de naam Metabletica, ofwel ‘de leer der veranderingen’. Zijn conclusie was: kennelijk hebben mensen - en Jung zou dat het collectief onderbewustzijn noemen - onderling contact zonder dat ze dat zelf weten. Ik denk dat op die manier de advaita op de een of andere manier door is gaan stromen naar steeds meer mensen.’
 
Je werkt ook nog in een doofblindeninstituut, als psycholoog.
‘Ja, bij ons op het instituut hebben veel mensen psychische klachten en word je geacht als psycholoog heel methodisch te werk te gaan. In het begin ben ik daarin meegegaan, maar op een gegeven moment heb ik het helemaal losgelaten. Wat ik doe is puur aanwezig zijn voor de mensen, als mezelf. Daar begin en daar eindig ik mee. Ik weet van tevoren niet wat ik ga zeggen en dus ook niet wat er gaat gebeuren. Als ik dan in de loop van zo’n gesprek iets kan zeggen wat ze aan het denken zet of waar ze houvast aan hebben, is dat meegenomen. Maar eerst en vooral gaat het erom er voor die persoon te zijn. Het punt is wel dat onze cliënten met uiterst concrete en onoplosbare problemen geconfronteerd worden. Een non-dualistische insteek is dan meestal niet de meest wenselijke benadering.
Ik heb het er meermaals met Jan Foudraine over gehad. Toen ik mijn boek over Ramana Maharshi geschreven had, viel er een maand later een brief van hem op de mat. Hij vond het fantastisch en wilde me spreken. We hebben toen een interview gedaan voor InZicht. Later spraken we ook over therapie, en dan ging het altijd over dit soort dingen. Hij werkt als psychiater ongeveer op dezelfde manier als ik, is totaal niet methodisch en als het kan verwerkt hij een beetje non-dualiteit in zijn gesprekken. Alleen als mensen daar ontvankelijk voor zijn, anders niet. Het gaat erom er te zijn voor iemand en oprecht te luisteren.’
 
Vertel nou eens wat non-dualiteit voor jou betekent.
‘Non-dualiteit is alles en gaat over alles. Over wie je bent en wat de wereld is. Over wat werkelijk is en wat illusie. Er is niks anders. Je bent de oceaan, al lijk je een druppel te zijn.
Voor mij heel belangrijk om te verwoorden is: er is alleen maar Nu. Dat is één van de dingen die ik al lang geleden zag, misschien was ik net terug uit India. Zo helder als wat, nooit meer aan getwijfeld. Maar het heeft heel veel consequenties, en de meeste mensen doordenken niet wat dat betekent: dat wat er nu concreet ervaren wordt, het enige is. En dan niet zozeer wat er ervaren wordt, maar het ervaren zelf. Je moet dus door de vorm die het ervaren aanneemt heen leren kijken. Er is alleen ervaren, dat kun je ook Nu noemen. De woorden Hier, Nu, Dit verwijzen allemaal naar hetzelfde, naar het enige dat er is.
Nu worden ons als mens verhalen over Dit aangeleerd, door onze ouders en andere mensen om ons heen. Maar ook die verhalen deel uit van Dit. Meer werkelijkheidswaarde hebben ze niet. Met andere woorden, er is nooit iets anders dan Dit, en dat betekent dat alle verhalen niet meer zijn dan verhalen; dus ook verhalen over reïncarnatie, zelfs het verhaal over wat ik gisteren heb gegeten. Er is alleen Dit. Dat is voor mij zo helder als glas.
Het punt is natuurlijk dat je er niet aan ontkomt af en toe in een verhaal te vervallen. Het bewustzijn vernauwt zich soms en dan ga ik toch in een verhaal. Als ik het in de gaten heb, is het meteen weer weg. Jan van Delden noemt dat ‘sneller schieten dan je schaduw’. Als je begrijpt dat het zo is, dat alle verhalen over Dit alleen maar een verhaal zijn, kun je er heel gemakkelijk weer uit. Wat Jan zegt, en ik denk dat hij daar gelijk in heeft, is: je kunt het leren al die verhalen weg te schieten, net zoals Lucky Luke sneller dan zijn schaduw schiet om al die verhalen te ontdoen van de werkelijkheidskracht die ze lijken te hebben, maar die er niet is.
Ik ontkom soms ook niet aan het persoonlijke verhaal. Op het moment dat iemand mij op de snelweg afsnijdt, word ik boos. Dat is ook Nu. Het is niet zo dat bepaalde dingen van het Nu er wel mogen zijn en andere niet. Wat er is, dat is er. Het valt ook niet te sturen. Ik heb een artikel geschreven met een motto dat vaak terug komt sinds die tijd: Niets staat vast, maar alles is onvermijdelijk. Ramana Maharshi heeft gezegd: het enige dat een mens kan doen is de aandacht vestigen op bewustzijn, op de eenheid, of in de verhalen gaan. Verder kun je niets. Datgene dat zich presenteert, is wat je bent.’
 
Hoe opmerkelijk dat je zelf zo goed kunt vertellen en bovendien als psycholoog werkt, waarbij het uitsluitend om verhalen gaat!
‘Soms moet je je conformeren om met mensen om te kunnen gaan. Maar je moet beter weten. Je leeft eigenlijk in twee werelden. Ik kan heel goed meedraaien in de verhalenwereld waarin mensen leven, en ik ben toevallig zelf iemand die graag verhalen vertelt, dus dat komt mooi uit. Tegelijkertijd weet ik dat elk verhaal vervangbaar is door een ander verhaal. Er bestaan geen zekerheden. Voor mij wringt dat niet. Verhalen zijn de smeerolie van het leven. We leven in een heel luxe situatie die volkomen gebaseerd is op het uitwisselen van verhalen met elkaar. Ik zal niet zeggen dat we ermee moeten stoppen, want als we dat zouden doen, zou onze welvaartsmaatschappij binnen de kortste keren instorten en zouden we omkomen van de honger. Ik lees ook graag een roman, ook al weet ik dat het verhaal dat verteld wordt niet waar is.
Ik heb onlangs een boek over zelfrealisatie geschreven dat is uitgekomen bij Non-Duality  Press. Het is opgebouwd uit een aantal herinneringen aan momenten waarop het heel duidelijk werd dat ons bestaan als individu niet werkelijk is. Het boek heet Memories of Now en komt dit najaar uit bij uitgeverij Juwelenschip onder de titel Herinneringen aan het Nu. Herinneringen hebben op zichzelf geen waarde, want het zijn ook maar verhalen, maar deze herinneringen hebben wel iets gemeenschappelijks omdat ze verwijzen naar datgene wat onveranderlijk is en geen verhaal.
Mijn helderheid is er steeds vaker, er is nooit meer twijfel. Gelukkig maar. Toch wordt mijn leven er niet makkelijker op, want alle verhalen waar iedereen zo enthousiast van wordt doorzie ik gelijk als verhaal. Hoewel ik erg van voetballen houd, zegt het me niks meer of Nederland wereldkampioen wordt. Ik vind niets meer echt belangrijk. Tegelijk kan ik erg genieten van details, bijvoorbeeld in de natuur. Ik zie zoveel dingen die ik prachtig vind. Dat is er wel. Alleen, ik zie niet meer dat iets belangrijker is dan iets anders, omdat alle dingen uiteindelijk alleen maar een tijdelijke vorm zijn van wat ze allemaal gemeen hebben. Het onderscheid valt weg, omdat ik er niet meer in geloof.
Veel mensen in de zorg werken met hun hart, vooral vrouwen. Er wordt weleens tegen me gezegd: het lijkt net of jij niks voelt, of je geen gevoel hebt voor die mensen, alsof je helemaal vanuit je ratio werkt. Maar dat is niet zo. Ik voel heel veel voor ze. Ik werk niet alleen in het doofblindeninstituut, maar ook in het verpleeghuis dat eraan vastzit. Daar verblijven mensen die in coma liggen, in rolstoelen zitten, met CVA’s, dementerenden. De ellende die een mens kan overkomen zie ik elke dag. Dan moet je die gevoelens op een bepaalde manier een beetje afsluiten, anders houd je het niet vol. En tegelijk weet ik dat ook dit drama een droom is. Daarom kan ik het makkelijker relativeren. Pijn en verdriet doen zich voor, maar daar is niemand verantwoordelijk voor.’
 
Je bedoelt dat je geen vrije wil hebt?
‘Wat ik denk te kiezen, heeft in werkelijkheid niets met mij te maken. In de jaren vijftig werd al vastgesteld dat je lichaam iets besluit te doen voordat je zelf een besluit genomen hebt. Dus al heel jong wist ik dat de vrije wil niet bestaat. Het kan wel lijken dat ik ervoor kies om op te staan en de deur uit te lopen - of niet - maar dat is weer een verhaal. Alles gebeurt spontaan, zonder dat daar een besluit aan vooraf gaat.
Je moet wel afspraken maken. Ramesh Balsekar heeft eens gezegd: "Vrije wil bestaat niet, maar laten we met z’n allen maar doen alsof." Meer valt er volgens mij niet over te zeggen.
Zelfrealisatie houdt in dat je ligt te dromen en tijdens die droom wakker wordt, en je denkt: verrek het is een droom! Heel veel mensen denken dat de droom ophoudt op het moment van ontwaken. Maar dat is niet zo. Je wordt wakker in een droom, en de droom gaat gewoon door. Je neemt de droom alleen niet meer serieus, want je weet dat het maar een droom is, en dat die zich onvermijdelijk op een bepaalde manier ontrolt.
De sjeu van het leven is weten dat wat we zijn onveranderlijk is. Dat we allang thuis zijn. Heel veel mensen zijn aan het zoeken, zo van: ik ben een druppeltje en ik wil de oceaan worden. Nee, ik weet allang dat ik de oceaan ben. Ik ben al thuis.’